De historische tuin van Landgoed Heesterlust
Niet alleen het landhuis, maar ook de historische tuin van Landgoed Heesterlust maakt officieel deel uit van het beschermde rijksmonument. Hetzelfde geldt voor het koetshuis, het tuinhuis en verschillende historische ornamenten, waaronder het hekwerk.
Het park kent een lange en bewogen geschiedenis. Oude wandelpaden, moestuinen, boomgaarden en bijzondere parkonderdelen vertellen samen het verhaal van eeuwenlang wonen, werken en recreëren op Heesterlust.

Het Huppelpad
Aan de noordwestzijde van Landgoed Heesterlust vormen een oud dijkje en de overtuin van de naastgelegen buitenplaats Mon Plaisir de grens van het perceel. Het dijkje is vermoedelijk van middeleeuwse oorsprong.
In de 19e eeuw stond dit pad bekend als het Huppelpad of Hippelpad. Door zijn verhoogde ligging is het nog altijd goed herkenbaar in het landschap.
De naam zou verwijzen naar het speelse karakter van het wandelpad. Het werd vroeger gebruikt door de gegoede burgerij om door het bosrijke gebied te flaneren. ‘Huppelen’ of ‘hippelen’ past bij de ontspannen, vrolijke en lichtvoetige manier waarop men hier wandelde.
Stormschade 1911
De moestuin en broeituin
Heesterlust beschikte in ieder geval vanaf 1850 over zowel een moestuin als een broeituin. De tuin ten zuiden van het huis werd gebruikt als broeituin. Hier stonden broeibakken met onder meer Oost-Indische kers en meloenen.
Langs een houten schutting groeiden perziken, peren en abrikozen. Ook waren er een druivenkas en een vijgenboom te vinden.
De moestuin lag ten noordoosten van het huis, tussen de Kloosterweg en het pad achter de tuinmanswoning en de garage. Hier werden kruisbessen, witte en rode bessen, artisjokken en allerlei soorten groenten geteeld.
Ten noorden van de moestuin lag een rechthoekig perceel dat gedeeltelijk als weiland, teelland en bouwland werd gebruikt.

Het park in het begin van de 20e eeuw
Historische foto’s laten zien hoe het park rond het landhuis er in de eerste helft van de 20e eeuw uitzag. Op beelden van kort na 1900 is aan de voorzijde van het huis een grote, open bloemweide te zien.
Het landhuis stond midden in het groen en ging gedeeltelijk schuil achter struiken en bomen. Ook de voorloper van de huidige theekoepel is zichtbaar, overschaduwd door een grote paardenkastanje.
Foto’s uit het tweede kwart van de 20e eeuw tonen opnieuw de karakteristieke parkweide, aangekleed met heesters en bomen. Ook de nieuwe theekoepel, die er vandaag de dag nog altijd staat, is op deze beelden te zien.

Hakhout, kerstbomen en vee
Aan de westzijde van het landgoed lag een perceel met zogenoemd hakhout. Hier groeiden elzen, essen en iepen waarvan het hout werd verkocht. In 1924 kondigde de Zierikzeesche Nieuwsbode bovendien de verkoop van kerstbomen op Heesterlust aan.
Het afzonderlijk omheinde weiland werd in de eerste helft van de 20e eeuw begraasd door schapen en saanengeiten: grote, witte melkgeiten. In het weiland stond een decoratieve schaapskooi en groeiden enkele walnotenbomen.

Heesterlust als ontmoetingsplaats
Vanaf het tweede kwart van de 20e eeuw werd het landgoed geleidelijk opengesteld voor publiek. De weilanden deden dienst als recreatieterrein. Verschillende verenigingen mochten hier hun jaarlijkse bijeenkomsten organiseren.
Op Heesterlust vonden onder meer plaats:
-
Zendingsdagen van de Kring van Christelijk Gereformeerden
-
Demonstraties van boogschuttersvereniging Willem Tell uit Ovezande
-
Zangmiddagen van de Kring van Christelijke Zangverenigingen
-
Jeugdmiddagen van de Jongelings- en Meisjesvereniging
In mei 1956 werd het park opengesteld voor belangstellenden. Bezoekers kregen gratis toegang op vertoon van een wandelkaart, die bij de tuinbaas kon worden opgehaald. Na incidenten met vandalisme werd de controle op deze toegangskaarten aangescherpt.
Het groene hart na de Watersnoodramp
In de jaren na de Watersnoodramp van 1953 werd Heesterlust in de media geprezen als het groene hart van het eiland. De Zierikzeesche Bode schreef hierover in 1961:
“Na de ramp restte de Schouwen-Duivelandse mens een boomloos en van natuurschoon beroofd eiland. Behalve in de Westhoek was en is het eiland van zijn natuurschoon ontdaan.
Voor velen was het dan ook een verademing als men, dankzij de toestemming van mevrouw douairière C.A. van Citters, vrij mocht rondwandelen op het terrein van de buitenplaats Heesterlust. Hier kon men de kaalheid van het land door een verkwikkende wandeling enige uren vergeten.”
Iepziekte en sluiting van het park
In de jaren zestig en zeventig werd het bomenbestand van Heesterlust zwaar getroffen door de iepziekte. Veel bomen die de oorlog en de Watersnoodramp hadden doorstaan, gingen alsnog verloren. De ziekte zorgde voor een ingrijpende uitdunning van het historische park.
Het landgoed wisselde vervolgens meerdere keren van eigenaar. In 1976 werd het park aangemerkt als privéterrein en gesloten voor wandelaars.

Restauratie van huis en park
Eind 2000 kwam de buitenplaats in het bezit van de familie Verduijn. Zij begon aan een omvangrijke restauratie van zowel het huis als het park.
Tijdens deze periode werd de Mastenlaan opnieuw met jonge beuken beplant. Ook werd de moestuin hersteld en kwam er een parkeercirkel met lindebomen. Daarnaast werden een siertuin en verschillende door hagen omgeven tuinkamers aangelegd.
Langs de rand van de parkweide, ten noorden van het huis, ontstond een nieuwe vijverpartij: de Slingervijver.
Een groen paradijs op Schouwen-Duiveland
Vandaag de dag is Landgoed Heesterlust een groen paradijs op Schouwen-Duiveland. Het park is in ieder seizoen de moeite waard en kent een grote verscheidenheid aan planten en bomen.
Historische lanen, sfeervolle tuinkamers en verrassende doorkijkjes maken iedere wandeling anders. Zo blijft de monumentale tuin een plek vol historie, natuur en bijzondere verhalen.


